Pruimen kan je met of zonder schil eten en hebben een zachte, zoete smaak. Ze hebben ook een hoge voedingswaarde. Ze bevatten kalk, magnesium, vitamine A, ijzer, kalium en vezels. Ze bevorderen de darmwerking en beschermen tegen hart- en vaatziekten. Ook zijn ze een prima remedie tegen stress.
Wanneer je de pruimen in de koelkast bewaart kan je deze best na enkele dagen opeten. Zo niet, gaat de smaak verloren. Verse pruimen kan je het beste in de eerste dagen na aankoop opeten. De vruchten kan je ook invriezen, maar ontpit je dan best eerst. De pit kan namelijk voor een bittere bijsmaak zorgen.
De vrucht groeit aan bomen tussen 3 en 7 meter hoog en de grootste aanvoer van de vrucht vindt plaats tussen juli en september. Ze vallen vanzelf uit de boom wanneer ze rijp zijn.